Materiaal
Houten loopfietsen
Een houten loopfiets ziet er niet alleen geweldig uit, het is ook een duurzaam materiaal dat vele jaren plezier zal geven. Door de constructie zijn er wel redelijk wat verschillen met bijvoorbeeld een metalen fiets. Lees hier meer over houten loopfietsen.
De verhouding tussen frame, stuur en zadel: geometrie
Of een loopfietsje aangenaam is voor je kind of niet, wordt ook bepaald door de geometrie. Dat is de verhouding tussen het frame, stuur en zadel.
Een goede geometrie werkt in het voordeel bij het leren loopfietsen en balanceren. Een fiets met een minder goede verhouding, werkt in het nadeel.
Wat een goede geometrie precies is, is erg kindgebonden. Je zal dus vooral goed moeten kijken hoe je kind op de loopfiets zit, en of er ergens iets "tegenwerkt" om comfortabel te zijn. Let voor een goede geometrie op volgende punten:
Wielbasis
De wielbasis is de afstand tussen de as van het voorwiel en de as van het achterwiel. Je kan ook kijken naar de afstand tussen de banden. Meet daarvoor tussen de 2 punten waar de banden de grond raken.
Loopfietsen met een langere wielbasis zijn stabieler en makkelijker om te leren loopfietsen.
Cockpit
De cockpit is de ruimte tussen de punt van het zadel en de punten van de veiligheidshandvaten het dichts bij het zadel.
De cockpit moet voldoende ruimte bieden aan je kind om voorover te leunen. Voorover buigen zorgt immers voor meer balans en maakt het loopfietsen makkelijker. Je kind voelt zich met een ruime cockpit bovendien veiliger en heeft meer plezier aan het loopfietsen.
Je zal zien dat een te korte cockpit te weinig beweegruimte geeft, waardoor je kind oncomfortabel op de fiets zit en moeilijker op dreef geraakt.
Hoek van de voorvork
De voorvork is het vorkvormige onderdeel waaraan het voorwiel bevestigd is.
De hoek van de voorvork bepaalt mee hoe wendbaar een loopfiets is. Let daarbij vooral op hoe steil die voorvork is. Een te steile hoek maakt dat je kind te veel voorover moet buigen om te loopfietsen. Dat zorgt voor extra gewicht op het voorwiel en dat maakt op zijn beurt het sturen moeilijker.
Bovendien is een fietsje met een steile voorvork minder stabiel, zeker op oneffen paden. De kans op ongelukken is dus groter.
De plaats van het zadel
Bij een goede loopfiets is de afstand tussen het wiel en het zadel zo klein mogelijk.
Of eenvoudig gezegd: hoe dichter het zadel bij de grond staat, hoe beter.
Laag bij de grond betekent immers ook dat het zwaartepunt lager ligt, en dat geeft stabiliteit. Zelfs heel langzaam loopfietsen wordt zo mogelijk, en dat geeft je kind het vertrouwen om verder te gaan.
Is er een relatief grote afstand tussen zadel en achterwiel? Dan is de fiets moeilijker te besturen en te balanceren.
Een voetensteun op een loopfiets? Helemaal geen must
De meeste loopfietsjes hebben geen voetensteun en dat is prima. Kinderen gebruiken die voetensteun eigenlijk zelden omdat je al flink wat snelheid moet halen én een heel goed evenwichtsgevoel moet hebben om je voeten zomaar van de grond te houden.
En als ze het dan toch doen, is het eigenlijk een teken dat ze bijna klaar zijn voor de overstap naar een echte kinderfiets.
Een voetensteun is dus zeker geen must. Wil je toch een loopfiets met voetensteun? Let er dan op dat die goed gepositioneerd is. Over het algemeen zijn er 2 soorten voetensteunen:
Lage instap vóór het zadel
Dit soort voetensteun wordt gevormd door de lage instap en de voetensteun aan het zadel. Het is echt een voetensteun voor de geoefende loopfietser. Kinderen zwaaien met hun voeten van voren naar achteren, en alleen bij voldoende snelheid én perfect evenwicht kunnen ze hun voeten op die steun neerzetten.
En die lage instap? Is dat dan niet handig? Nee, ook dat is niet nodig. De meeste kinderen maken er geen gebruik van omdat het een heuse evenwichtsoefening is: op één beentje staan, licht achterover hellen en tegelijk met je andere voet over de voetensteun stappen. Hoe ze dan wel opstappen? Meestal met 1 beenzwaai over het zadel, zoals mannen dat doen.
Extra platform/uitstekende delen onder het zadel
Deze voetensteun is eigenlijk veel logischer: het sluit aan bij de natuurlijke loopfietsbeweging en vormt een rustpunt tijdens de zwaaibeweging. Het zit bovendien nooit in de weg tijdens het loopfietsen.
Let er alleszins op dat de voetensteun echt onder het zadel zit, en niet ervoor. Anders gaat het in de weg zitten.
Maar ook hier geldt: alleen geoefende loopfietsers zullen er gebruik van maken. En eens ze dat doen, zijn ze bijna klaar voor een echte fiets.
Vering: extra fijn stunten en extra duurzaam
Bij de duurdere loopfietsjes zie je vaak een schokdemper in de vorm van een rubber. Dat maakt dat de loopfiets lekker veert. Dat zorgt niet alleen voor extra comfort, het maakt het ook leuker en makkelijker om kunstjes uit te voeren.
Normaal bestaat een frame inclusief achtervork uit één gedeelte. Nu zorgt het rubberen gedeelte voor de verbinding tussen frame en achtervork.
Een ervaren loopfietser zal véél kunstjes uitvoeren met de loopfiets: slalommen, balanceren, écht snelheid halen, springen… En dat op beton, steen, aarde, gras.
De fiets zal dus flink wat schokken te verwerken krijgen.
Op dat moment doen ballonbanden en de vering hun werk om de impact te dempen. Met een loopfiets zonder ballonbanden en demper zijn de kunstjes natuurlijk ook mogelijk, maar de loopfiets zal op termijn sowieso schade oplopen.